Vergeten druifjes deel 13/14: krachtige Italiaanse pignolo uit Friuli van Ermacora

IMG_1452[1]Hèhè, eindelijk! Ik hoor jullie al zeggen: “waar blijft Itaië nou in de serie inheemse druiven!?” Nou, hier is dan eindelijk een Italiaan van een onbekend druivenras, een pignolo uit Friuli. Italië mag natuurlijk ook niet in deze serie ontbreken. Er zijn alleen al meer dan 300 druivenrassen toegestaan voor kwaliteitswijn in Italië, maar er zijn er zeker 500! Een heerlijk land om wijn te ontdekken dus.

Wijn: 2007 Colli Orientali del Friuli, pignolo, Ermacora
Land/gebied: Italië/Friuli
Karakter en smaakprofiel: krachtig – 30 maanden hout
Alc.%: 14,5
Druivenras: PIGNOLO
De pignolo is een zeldzaam autochtoon druivenras, en verdween na de druifluis bijna geheel uit Friuli, net als schioppettino en tazzelenghe. De wijn wordt in de 17e eeuw genoemd als een ‘excellente rode wijn’ in het boek Bacchus in Friuli. Pignolo werd in de 70ger jaren van de vorige eeuw gered in de wijngaard van een klooster in Rosazzo toen een pre-phyloxerastok werd gevonden. In 1973 plantte Girolamo Dorigo voor het eerst weer pignolo aan. De druif wordt nu als mono-cépage en als blendpartner gebruikt in de DOC Colli Orientali del Friuli.
De druivensoort is bijzonder gevoelig en geeft een onvoorspelbare en ongelijkmatige opbrengst. De wijn levert vandaag de dag uitmuntende kwaliteit. Doordat de druif vier pitten heeft, geeft het van nature veel tannine af en dient de wijn meerdere jaren gerijpt te worden in vat en fles. Dan zijn de tannines zijdezacht. De wijn is diep paars van kleur en heeft een bouquet van pruimen en bramen en over de jaren drop. Lange afdronk.
Pignolo wordt soms verward met aglianico.
Wijnmaker Dario Ermacora is een van de weinigen die een goede pignolo weet te maken. De wijn is van nature ‘hard’ en wordt gedurende 30 maanden opgevoed op kleine houten vaten en daarna 6 maanden op fles voordat hij op de markt komt. De kleur is intens granaatrood, een complexe neus van specerijen en frambozen, leer en drop. In de mond tanninerijk en machtig met een bijzonder lange afdronk.
Smaakprofiel van de wijn: Robijnkleurig met bruine toon. Vol en krachtig met duidelijke houttonen. Laurier en drop. Aardig wat tannines nog maar ook wat drogend op het einde.
Wijn-spijs: Gaat goed samen met wildgerechten, rood vlees en is uitstekend bij vette (vlees)gerechten.
Waardering: ***(*) goed
Houdbaarheid: de wijn kan nog zeker jaren liggen en het vermoeden is dat de wijn daar baat bij heeft en dan wat meer in evenwicht komt.
Gekocht bij & prijs: ConGusto.nl | Flavor from Friuli | €27,31

Morgen sluiten wij deze 14-delige serie over vergeten inheemse druivenrassen af met een fetească neagră uit Roemenië.

Advertentie

2010 Lugana “Brolettino” van Ca’ dei Frati

20121228-093345.jpg
Vanavond op tafel…een simpele hap met een mooie wijn.
Kalfsschnitzel met spruitjes en knoflookpuree.
Erbij: 2010 Lugana “Brolettino” van Ca’ dei Frati. Mooie Noord-Italiaan uit Lombardia, ten Zuiden van het Gardameer. De wijn kreeg “tre bicchieri” en daarmee de hoogste Italiaanse waardering. Van 100% trebbiano. Vol. Complex. Zachte zuren. ‘Malo’. Weinig fruit maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door prachtige gerijpte tonen. Subtiel hout. 10 maanden barriques en daarna nog drie maanden op fles gerijpt voordat de wijn op de markt komt. Ca’ del Frati staat model voor de wijnen uit Lugana, hoewel veel wijnen hier niet dit niveau halen. De familie Dal Cero verbouwt al sinds 1939 druiven in dit gebied. Na dertig jaar zagen de gepassioneerde wijnbouwers hun harde werk beloond en werd de DOC Lugana erkend, logisch dat zij dan ook in 1969 de eerste Luganawijn maakten. Mooi!

20121228-092808.jpg

Proeverij Montalcino

montalcino headerVanavond stond de proefruimte van Le Tire Bouchon geheel in het teken van Montalcino. Montalcino…dat kennen we vooral van de beroemde rode Italiaanse wijn Brunello di Montalcino, maar ook van z’n kleine broertje de Rosso di Montalcino.

Montalcino – Montepulciano…
Montalcino is niet te verwarren met Montepulciano! Montepulciano is een druivenras dat veel voorkomt in de Abruzze, bijvoorbeeld in de – hoe kan het ook anders – Montepulciano d’Abruzze. Montepulciano is een plaatsje in de beroemde Italiaanse wijnstreek Toscane. De Brunello di Montepuciano is er een van de toppers aldaar. Deze krachtige rode wijn kreeg in 1967 als zevende wijn in Italië de beschermde herkomstbenaming (DOC) en in 1980 kwam de ‘promotie’ naar DOCG. Brunello krijgt minstens 2,5 jaar (was 3,5!) houtrijping, terwijl de Riserva minimaal 3,5 jaar (was zefls 5 jaar) op hout gerijpt moet worden. Een beetje Brunello is pas na een aantal jaartjes op dronk. Afhankelijk van de kwaliteit en het huis kan dat wel tien tot twintig jaar zijn.

Kleine broertje
Het kleine broertje van de DOCG Brunello di Montalcino heet DOC Rosso di Montalcino. Een Rosso is vaak de tweede wijn van een Brunello-huis. Je kunt er het karakter van z’n grote broer in herkennen, maar de wijn is eenvoudiger, minder complex, minder lang houdbaar en goedkoper. Voor de Rosso gelden ook minder strenge eisen. Zo komt de Rosso vaak al na een à twee jaar op de markt en is dan meestal al aardig op dronk. Ook de houdbaarheid is anders. De bewaartijd is meestal niet langer dan zo’n vijf jaar.
Rosso komt ook vaker voor dan Brunello, want in slechtere jaren kiezen veel wijnproducenten ervoor om van de mindere druiven alleen maar Rosso te maken omdat ze de kwaliteit voor de Brunello eogenlijk wat te slecht vinden. Dat betekent overigens niet dat de Rosso een slechte wijn is! Er zijn prachtige Rosso’s, maar de wijn is net wat minder diep, vol en complex dan z’n grote broer. 

Kloon
Voor zowel de Brunello di Montalcino als de Rosso di Montalcino wordt de druif brunello gebruikt. Brunello is eigenlijk een kloon van een veel bekendere druif, namelijk de sangiovese die ook de hoofdmoot vormt voor Chianti. Je zou Brunello di Sangiovese daarmee een soort Super-Chianti kunnen noemen.

Wij proefden vanavond een serie mooie wijnen uit Montalcino.
De Rosso’s van nu lijken op de Brunello’s van vroeger. In beide wijnen zijn de wijnmakers gegroeid in de technieken. De kwaliteit is over het algemeen toegenomen.

We proeven wijnen uit de diverse deelgebieden van Montalcino: Castelnuova dell’Abate in het zuidoosten, Sant Angelo in Vollo in het zuidwesten, Tavernelle in het centrum-westen, Montosoli en Montalcino. Het valt op dat er veel verschillen zijn in de geproefde wijnen, mede ook door de verschillende micro-klimaten die er zijn. Zo is het noordoosten gemiddeld een graad kouder dan het zuidwesten en de druiven hebben er dus een langere rijpingstijd. Zelfs die graad verschil merk je. Het zuidoosten zit in de luwte van de Monte Amiata, en zo zijn er meer klimatologische verschillen in het gebied die z’n weerslag hebben op de wijnen.

Proefnotities Brunello di Montalcino en Rosso di Montalcino

Montalcino 1 - Rosso di MontalcinoRosso di Montalcino:

1. Fanti 2010 Castelnuovo dell’Abate
Helaas kurk. Helder roodpaars. Drogend. Alcoholisch met scherpe neus. Midzuren. Smaak ebt snel weg. Ondanks dat o soepel en sappig met mooi kersenfruit. Wijn komt uit een gebied waar weinig wind voorkomt.

2. Fattoi 2010 Tavernelle
Krachtige neus. Licht stallig. Leer. Tabak. Aards. Laurier. Zwarte kersen. Zwoel rijp fruit. Lekker bij pasta bolognese. Balans. Meer structuur dsn nr. 1. Oogt nog jeugdig. Gewoon een lekker glas.

3. Talenti 2010 Sant Angelo in Colle
Ontwikkelde kleur en ontwikkeld bouquet
. Kruidig. Fruit al wat weg. Aards. Bijna minty. Zacht. Veel zuren en lengte. Dit gebied heeft veel zon en daardoor ontwikkelt de wijn zich sneller. 1-3 allemaal hout, maar bij deze wijn merk je dat het meeste.

4. Costanti 2009 Montalcino
De Rosso van Costanti lijkt op de Brunello van vroeger. Mooie stijl voor wie de Brunello te duur is. De wijnen van Costanti zijn elegant met stijl. Robijnkleurige wijn met al lichte verkleuring. Lrachtige neus. Veel fruit. Al wat ontwikkeld bouquet. Redelijk stroef. Milde zuren. Wat branderig en weer dat drogende gevoel! Dat blijkt toch echt iets typisch voor Montalcino te zijn! Ten opzichte van wijn 5. Uit dezelfde flight, prefereren de meesten deze stijl.

5. Altesino 2010 Montosoli
Dit is een grote bekende producent. Robijn. Dik en vol. Rijp fruit en sappig. Zachte tannines. Nog jeugdig. Voor de meesten heeft deze wijn een vreemd spel van zoet en zuren. Eerst bijna limonade-achtig met veel zoet, daarna komen ineens veel zuren door. Tabak. Kruidig. Leer. Minty. Wat onbalans.

Montalcino 2 - Brunello di MontalcinoBrunello di Montalcino:

6. Fanti 2007 Castelnuovo dell’Abate
En nu naar het ‘echte’ werk. dik. Vol. Rijp. Rijpe tannines. Jeugdig. Tabak. Laurier. Wat branderig in de ontwikkeling. Midzuren. ‘Lekker’ maar ook hier weer wat alcoholisch.

7. Fattoi 2006 Tavernelle
Eleganter dan nr. 6. Stevig, droger en meer zuren dan de vorige wijn. Aards. Wat meer ontwikkeld al dan de voorganger, maar ook een jaartje ouder en dat merk je best. Mooi ontwikkeld bouquet. Teer. Stallig. Boerse wijn, maar dat schijnt ook een beetje de oorsprong te zijn van Brunello, een ‘boerenwijn’. We krijgen ineens terk in de vette worsten die ze er in het gebied zelf steevast bij serveren; nu begrijpen we dat beter. Toch telkens wijnen met best wat zuren en structuur, en dat past gewoon prima bij die worsten…

8. Talenti 2007 Sant Angelo in Colle
Gesloten neus. Bijna wat maggi. Het fruit is al wat weg. Flinke zuurgraad. De wijn opent zicha een tijdje meer als we hem even laten staan. En dat terwl clubgenoot Frits alle wijnen al drie uur geleden thuis had geopend! Ook hier veel tannine en watvdrogend, maar de wijn wordt wel stee lekkerder.

9. Costanti 2007 Montalcino
Rijp. Zwoel fruit. Volle smaak. Zoethout. Laurier. Mooi, maar wel redelijk snel weg.

10. Altesino 2007 Montosoli
Alcoholische neus. Tannine en kracht. Donker fruit. Leer. Tabak. Peper en kruidigheid. Lengte. Dit is een typisch voorbeeld van een Brunello waarin je terroir kunt proeven.

Montalcino 3 - Brunello di Montalcino11. Argiano 1990
En dan tot slot naar een oudere wijn. Het verhaal gaat dat je Brunello, afhankelijk van de kwaliteit van de wijn en de stijl van het huis, wel tie tot twintig jaar of zelfs langer kunt bewaren. We gaan de proef op de som nemen met een wijn van 22 jaar oud… Het blijkt een discussie in de groep te zijn. Clubgenoot Daan, bekend om z’n voorliefde voor oudere winen waarin het fruit al bijna verdwenen is, vind het top. En er zijn meer clubgenoten die blij verrast zijn dat de wijn nog steeds z’n mannetje staat. Anderen zoals ik zijn eerder van mening dat de wijn zeker z’n beste tijd heeft gehad en eigenlijk al een paar jaar eerder geslacht had mogen worden. Tja, het blft bij dit soort wijnen dus seker iets van oersoonlijke voorkeur!
Zoals gezegd is het ontwikkeld bouquet in deze wijn mij net iets teveel. Wat blft over? Veel zuren. Drogend. Waardoor voor mij in elk geval de balabs tussen fruit aan de ene kant en zuren en de drogendheid aan de andere kant negatief omslaat. Krentje in de neus. Wat aards. Zachte aanzet en fris zuurtje. Maar al met al sowieso mooi om weer eens zo’n mooie oudere wijn te mogen proeven.

12. Costanti Riserva 1995
Helaas weinig opgeschreven bij de laatste wijn. Zacht. Mooi, staat me bij. Maar ook ik moet toegeven dat de wijn wel lekker is, maar toch wat minder spannend dan de vorige.

Nadrinkwijn: Collemattoni Adone 2005
Lekkere sappige afsluiter na het geweld van hiervoor. En de heerlijke Italiaanse worsten die Frits erbij had neergezet, smaakten ons prima bij deze wijn.

Mooie proeverij van een boeiend Italiaans wijngebied. Frits, bedankt!

Salute!